Afvalstoffen en afvalwater afvoeren, ontheffing

De voorwaarden voor de ontheffing zijn onder andere:

  • Er is geen gevaar voor het milieu.
  • Moet u de ontheffing bij de provincie aanvragen? Dan moet het gaan om afvalstoffen die niet gevaarlijk zijn.

De beslissing over een gewone omgevingsvergunning krijgt u binnen 8 weken. Deze tijd mag eenmaal worden verlengd met 6 weken.

Heeft uw vergunningaanvraag een groot risico voor de omgeving? Dan geldt de uitgebreide procedure. De beslistermijn is dan 6 maanden. Deze mag met 6 weken verlengd worden.

Bij de omgevingsvergunning zijn 2 procedures: een gewone (de reguliere) en een uitgebreide procedure.

Bij de gewone procedure maakt u eerst bezwaar bij de instantie die uw aanvraag heeft afgewezen. Doe dit binnen 6 weken. Bent u het daarna niet eens met de uitspraak op het bezwaarschrift? Teken dan beroep aan bij de rechtbank. Eventueel kunt u ook nog in hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bij de uitgebreide procedure geeft u eerst uw mening over het ontwerpbesluit (zienswijze). Doe dit binnen 6 weken. Daarna kunt u in beroep gaan bij de rechtbank. Ook dan kunt u eventueel nog in hoger beroep gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Is er niet gereageerd binnen de beroepstermijn van 6 weken? Dan is de vergunning definitief.

U vraagt de ontheffing aan bij de gemeente, de provincie of de minister van Infrastructuur en Milieu. Dit hangt af van het soort afval.

Als u een omgevingsvergunning nodig heeft voor de activiteit waar het afval door ontstaat, moet u de ontheffing ook bij het online Omgevingsloket aanvragen.

Sommige afvalstoffen mag u niet verwijderen, verbranden of afvoeren als u daarmee het milieu in gevaar brengt. Is het toch nodig? Dan moet u een ontheffing aanvragen.

Het is verboden bepaalde afvalstoffen te verwijderen, verbranden of af te voeren als daarmee het milieu in gevaar komt. Wilt u dit toch doen? Dan moet u een ontheffing aanvragen.

U kunt een ontheffing aanvragen voor: 

  • Het afgeven van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen aan iemand die daar geen vergunning voor heeft.
  • Het opnieuw gebruiken (dit heet 'nuttig toepassen') of verwijderen van verboden gevaarlijke afvalstoffen.
  • Het buiten verbranden van afval, op een plek die daar niet voor bedoeld is. Bijvoorbeeld als u buiten aardappelschillen of tuinafval wilt verbranden.