Woning verhuren

Als u een pand leeg heeft staan, kunt u het tijdelijk verhuren. U kunt hiervoor gebruik maken van de Leegstandwet. Verhuren op basis van de Leegstandwet biedt u voordelen. Zo kunt u voor het pand een lagere huurprijs vragen. Ook hoeft u de huurder geen huurbescherming te geven.

Wilt u uw pand verhuren op basis van de Leegstandwet? Dan heeft u een vergunning nodig. Hoe lang u het pand mag verhuren ligt aan de situatie.

  • Huurwoning die gerenoveerd of gesloopt wordt:

    U krijgt de vergunning voor 2 jaar. De gemeente kan de vergunning steeds met 1 jaar verlengen. De totale lengte van de vergunning is maximaal 7 jaar.
  • Woning die te koop staat:

    U krijgt een vergunning voor 5 jaar. De vergunning wordt niet verlengd.
  • Gebouw zonder woonbestemming:

    U krijgt een vergunning voor maximaal 10 jaar. Heeft u voor het gebruik als woonruimte een tijdelijke ontheffing van het bestemmingsplan nodig? Dan is de vergunning voor verhuur net zolang geldig als de duur van de ontheffing van het bestemmingsplan (met een maximum van 10 jaar).

Bent u niet de eigenaar van het pand? Dan kunt u het pand tijdelijk onderverhuren. Hiervoor heeft u toestemming nodig van uw verhuurder.

De voorwaarden voor tijdelijke verhuur zijn:

  • Het pand staat leeg.
  • U bent eigenaar of verhuurder van het pand.
  • Het gaat om:
    • een huurwoning die gerenoveerd of gesloopt moet worden
    • een woning die te koop staat
    • een gebouw zonder woonbestemming die u als woonruimte wilt verhuren, bijvoorbeeld een kantoorgebouw of school

Heeft u een woning te koop staan? Dan gelden er extra voorwaarden:

  • De woning is nog niet bewoond geweest (nieuwbouw).
  • Als de woning wel bewoond of gebruikt is:
    • de eigenaar heeft er zelf 12 maanden of langer in gewoond voordat het leeg kwam te staan, of
    • de woning is de afgelopen 10 jaar niet langer dan 3 jaar verhuurd

Zo vraagt u een vergunning voor tijdelijke verhuur op basis van de Leegstandwet aan:

De gemeente beslist binnen 8 weken na ontvangst van uw aanvraag. Deze termijn mag de gemeente eenmaal verlengen.

U kunt geen bezwaar en beroep indienen tegen de beslissing van de gemeente.

AVG 

Als u een aanvraag of melding doet, heeft de gemeente uw persoonsgegevens nodig. De gemeente behandelt uw persoonsgegevens zorgvuldig. In de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) staat hoe de gemeente met uw persoonsgegevens moet omgaan.

De belangrijkste regels zijn:

  • De persoonsgegevens waar de gemeente om vraagt, zijn nodig voor het afhandelen van uw aanvraag of melding.
  • De gemeente registreert en verwerkt uw gegevens op een veilige, vertrouwelijke en zorgvuldige manier.
  • De gemeente gebruikt uw gegevens alleen voor het verwerken van uw aanvraag of melding (of voor iets wat daar rechtstreeks verband mee heeft).
  • Uw persoonsgegevens blijven niet langer bewaard dan nodig is voor het verwerken van uw aanvraag of melding.
  • Andere organisaties krijgen uw gegevens alleen als dit wettelijk verplicht is.
  • Als u hierom vraagt, dan vertelt de gemeente u waarvoor de gegevens nodig zijn en wat ermee gebeurt.