Hoe werkt een onderzoek naar uitkeringsfraude?

Iemand die een bijstandsuitkering krijgt, moet veranderingen op tijd doorgeven. De gemeente controleert actief of iemand recht heeft op een uitkering. Denkt u dat iemand fraudeert? Meld dit bij de gemeente.

Heeft u zelf een uitkering? Geef veranderingen dan op tijd door. Zo voorkomt u dat u per ongeluk fraudeert.

Als er twijfel is over het recht op de uitkering, start de gemeente een fraudeonderzoek. Blijkt uit het onderzoek dat u fraudeert? U moet al het geld dat u teveel heeft gehad, terugbetalen. Daarnaast krijgt u een boete die even hoog is als het bedrag dat u terug moet betalen. Fraudeert u binnen 5 jaar opnieuw? Dan wordt de boete nog hoger.

Voorbeelden van uitkeringsfraude zijn:

  • niet doorgeven van een verandering in uw inkomen of vermogen, bijvoorbeeld dat u zwart werkt of een dure auto heeft
  • niet doorgeven dat u gevangen zit
  • niet doorgeven dat uw gezinssamenstelling verandert of dat u getrouwd of gescheiden bent, of u doet alsof u gescheiden bent (schijnverlating)
  • een vals adres opgeven

Een fraudeonderzoek werkt zo:

  • De gemeente verzamelt informatie en nodigt u uit voor een gesprek.
  • De gemeente komt op huisbezoek.
  • De gemeente start een onderzoek. Tijdens dit onderzoek kijkt de gemeente onder andere op uw adres of de informatie klopt.
  • Denkt de gemeente dat u al lange tijd fraudeert? En meer dan een bepaald bedrag (€ 50.000) teveel heeft gekregen? Dan doet de sociale recherche een strafrechtelijk onderzoek.