Wanneer heb ik recht op zak en kleedgeld?

Voor mensen die in een inrichting verblijven gelden aparte normen.

Vroeger noemde men dit zak- en kleedgeld. 18-, 19- en 20-jarigen die in een inrichting zitten hebben geen recht op algemene bijstand.

De WWB maakt bij de normen voor mensen in een inrichting onderscheid in:

Alleenstaanden en alleenstaande ouders van 21 jaar of ouder (het maakt niet uit of eventuele de ten laste komende kinderen wel of niet in de inrichting verblijven.

Gezinnen waarvan alle meerderjarige gezinsleden 21 jaar of ouder zijn en deze allemaal in een inrichting verblijven (het maakt niet uit of eventuele de ten laste komende kinderen wel of niet in de inrichting verblijven.

Bij gezinnen waarvan niet alle meerderjarige gezinsleden in een inrichting verblijven is de norm gelijk aan de som van de norm die voor de gezinsleden in de inrichting zou gelden en de norm die voor de gezinsleden buiten de inrichting zou gelden.

Meerderjarige personen die in een inrichting zitten en algemene bijstand krijgen, hebben recht op een toeslag waarmee zij de nominale premie voor de Zorgverzekeringswet kunnen betalen. Voor alleenstaanden en alleenstaande ouders is deze toeslag hoger dan voor gehuwden omdat gehuwden meer zorgtoeslag krijgen. Omdat de toeslag is bedoeld om de nominale premie voor de Zorgverzekeringswet te betalen zit in dit bedrag geen vakantiegeld.