Verordening maatschappelijke ondersteuning in gewone taal

De regering maakt wetten. De Wmo is zo’n wet. Wmo staat voor “Wet maatschappelijke ondersteuning”. Dit is de wet waarin staat dat de gemeente hulp moet geven aan mensen die dat nodig hebben. De gemeente vertaalt de wet in regels. De gemeente schrijft deze regels op in een “verordening”. De gemeenteraad moet deze goedkeuren. Deze verordening bevat regels over hulp aan volwassenen. Ook staan er regels in over hulpmiddelen en aanpassingen in huis voor volwassenen en kinderen. Hieronder leggen we uit wat er in deze verordening staat. Om het begrijpelijk te houden is deze tekst niet zo compleet als de verordening zelf. Daarom heeft de gemeenteraad dit document niet juridisch goedgekeurd. Wilt u meer juridische uitleg of in bezwaar gaan? Lees dan de officiële verordening en de toelichting daarop.
Instructie tekst: Belangrijke punten zijn: • Iedereen moet gezond en veilig kunnen leven. • Inwoners regelen zoveel mogelijk zelf, de gemeente helpt als dat nodig is. • Als er hulp is waar een inwoner zonder toestemming of verwijzing naartoe kan, dan komt dat eerst. Als dit er niet is, kijkt de gemeente of hulp via de Wmo nodig is. • Hulp wordt afgestemd op wat past bij de inwoner. • Hulp is bedoeld om inwoners te helpen zo zelfstandig mogelijk te worden en mee te doen in de samenleving. Het doel is dat ze uiteindelijk geen hulp meer nodig hebben als dit lukt.

Hoofdstuk 1: Begrippen

Artikel 1. Uitleg van begrippen

Van een aantal woorden is het belangrijk om precies te begrijpen wat ze betekenen. Deze woorden staan in dit artikel. 

In de verordening staat vaak het woord “zijn”, bijvoorbeeld “een persoon kan zich melden bij zijn gemeente”. Met “zijn” bedoelt de gemeente alle mensen. Het maakt niet uit of zij zich man, vrouw, beide of geen van beide voelen. 

Hoofdstuk 2: Toegang maatschappelijke ondersteuning

Artikel 2. Melding

Heeft u hulp nodig, dan kunt u dit aan de gemeente vragen. Dit kan door te bellen, een e-mail te sturen of langs te komen bij de gemeente. Uw vraag noemen wij een “melding”. De hulp die u nodig heeft, noemen we de “hulpvraag”. U kunt ook een melding doen voor iemand anders die hulp nodig heeft. Bijvoorbeeld omdat u de partner, mantelzorger of familie bent of omdat u op een andere manier betrokken bent.

De gemeente laat met een brief weten dat wij de melding ontvangen hebben. 

Als uw hulpvraag veel spoed heeft, kan de gemeente ook tijdens het onderzoek al hulp inzetten.

Artikel 3. Melding beschermd wonen, begeleid kamerwonen en thuiswonen

Beschermd wonen is een vorm van hulp voor mensen die door psychische of sociale problemen niet zelfstandig kunnen wonen. Zij hebben een veilige plek nodig met begeleiding. Deze veilige plek kan in een instelling zijn maar soms ook op kamers of in een eigen huis. 

Heeft u deze hulp nodig en woont u in de gemeente Assen? Dan kunt u dit bij ons melden.

Woont u in Aa en Hunze, De Wolden, Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo of Westerveld? Dan kunt u een melding doen bij uw eigen gemeente. Uw eigen gemeente onderzoekt dan welke hulp u nodig heeft. Het beleid van gemeente Assen is de basis voor het toekennen van deze hulp. De gemeente Assen regelt daarna de hulp en betaalt deze. 

Woont u in een andere gemeente? Dan bekijkt de gemeente waar u zich meldt wat voor u de beste woonplek is. Dit gebeurt volgens landelijke afspraken.

Artikel 4. Cliëntondersteuning

Cliëntondersteuning is hulp van iemand die meedenkt, informatie geeft en helpt bij het regelen van zorg of ondersteuning. Deze hulp is gratis. U kunt hiervoor contact opnemen met één van de volgende organisaties: 

Artikel 5. Waardering mantelzorgers

Een mantelzorger is iemand die zorgt voor een familielid of vriend die hulp nodig heeft. Een mantelzorger krijgt daarvoor niet betaald. Bijvoorbeeld iemand die voor zijn zieke moeder zorgt. Mantelzorgers doen belangrijk werk. De gemeente is blij met hun inzet. Als bedankje kunnen mantelzorgers ieder jaar een geldbedrag aanvragen. Dit heet een “mantelzorgwaardering”. 

Artikel 6 Maatschappelijke opvang

Maatschappelijke opvang is hulp voor mensen die geen vaste woonplek hebben. Ze kunnen tijdelijk ergens slapen en krijgen hulp om hun leven weer op orde te brengen. 

Artikel 7 Onderzoek

Na uw melding onderzoekt de gemeente welke hulp u nodig heeft. Dit kan 6 weken duren. Een medewerker gaat hiervoor met u in gesprek. U mag iemand meenemen naar het gesprek, bijvoorbeeld een familielid of goede bekende. 

Samen kijken we welke hulp u nodig heeft. Wij vragen wat u zelf kunt doen om de hulpvraag op te lossen. Dit kan hulp zijn van bekenden, via (vrijwilligers)organisaties of hulp via andere wetten. 

Blijven er problemen over? Dan krijgt u hulp via de gemeente. Deze hulp noemen we een “maatwerkvoorziening”. Dit betekent dat u hulp krijgt die bij u past. We vinden het belangrijk dat u alleen hulp ontvangt die u écht nodig heeft.

Van het onderzoek maken wij een verslag, dit heet “resultatenplan”. Hierin staat welke hulp u nodig heeft. En wat de gemeente kan betalen of regelen. 

Artikel 8 Aanvraag

Na het onderzoek kunt u een aanvraag indienen. Dit doet u door uw handtekening te zetten op het aanvraagformulier dat u krijgt. Als de gemeente dit van u ontvangen heeft, neemt de gemeente binnen 2 weken een besluit.

Artikel 9 Beschikking

Het besluit op uw aanvraag staat in een brief. Deze brief heet “beschikking”. Hierin staat of u wel of geen hulp van de gemeente krijgt.

Bent u het niet eens met het besluit? Dan kunt u bezwaar maken. U schrijft dan in een brief waarom u het er niet mee eens bent. 

Als u hulp krijgt, staat er ook op welke manier u die hulp krijgt. Er staat ook in of u zelf meebetaalt aan de hulp en wanneer dit start. 

U kunt ervoor kiezen dat de gemeente alles voor u regelt. Dit heet “zorg in natura”.

Wilt u de hulp zelf regelen en vindt de gemeente dat goed? Dan krijgt u een geldbedrag, dit heet “persoonsgebonden budget”. Afgekort noemen we dat “pgb”. 

Hoofdstuk 3: Voorwaarden, weigeringsgronden en gebruikelijke hulp

Artikel 10 Voorwaarden

Als u hulp wilt krijgen van de gemeente, dan moet u meewerken aan het onderzoek. Als uit het onderzoek blijkt dat er verschillende goede oplossingen zijn, dan betaalt de gemeente alleen voor de goedkoopste oplossing. Soms krijgt iemand een duurdere voorziening als die helpt bij een gezonde leefstijl. Dan verwacht de gemeente wel dat die persoon daar zelf ook zijn best voor doet.

Ook als u al hulp krijgt, kan de gemeente tussentijds onderzoeken of de hulp nog bij u past. Meewerken hieraan is verplicht. Geef het zelf aan de gemeente door als er iets belangrijks verandert in uw situatie.

Artikel 11 Weigeringsgronden

De gemeente betaalt niet altijd de hulp. Dit kan verschillende redenen hebben. Alle redenen staan in de verordening. Een reden die vaak voorkomt is dat iemand hulp kan krijgen via een andere wet of regeling. Bijvoorbeeld via uw zorgverzekering. 

Het kan ook zijn dat u het probleem zelf kunt oplossen. Bijvoorbeeld met hulp van uw huisgenoten of bekenden. Of u kunt zelf de voorziening kopen zoals een hoge toiletpot of beugel aan de muur. Dit zijn dingen die veel mensen gebruiken en die te koop zijn in de bouwmarkt.

De gemeente vergoedt ook geen kosten die u zelf al heeft gemaakt. Dit geldt als u hiervoor nog geen toestemming had van de gemeente.

Verder kijkt de gemeente of u de hulpvraag had kunnen voorkomen. Stel, u heeft moeite met traplopen. Toch verhuist u naar een woning met een trap. Dan zegt de gemeente dat een woning zonder trap beter was geweest. De gemeente betaalt dan geen aanpassing in de nieuwe woning.

Voor woonvoorzieningen gelden extra regels. De gemeente betaalt bijvoorbeeld geen woonvoorziening als: 

  • uw klachten komen door materialen die in uw woning zitten of doordat de woning slecht onderhouden is
  • de voorziening nodig is in een gemeenschappelijke ruimte van bijvoorbeeld een flat. De gemeente kan een uitzondering maken voor bijvoorbeeld elektrische deuropeners of drempelhulpen
  • u gaat verhuizen naar een Wlz-instelling
  • u bent verhuisd naar een woning die niet goed past bij uw beperkingen. Behalve als de gemeente hiervoor van tevoren schriftelijk toestemming heeft gegeven
  • u verhuist uit een woning die al geschikt is voor uw beperkingen. Uitzondering is als u verhuist om een belangrijke reden. De gemeente verwacht dan dat u naar een zo geschikt mogelijke woning verhuist en vooraf overlegt. De gemeente stelt vast of er sprake is van een belangrijke reden. Voorbeelden kunnen zijn:
    • een nieuwe baan in een andere gemeente
    • een scheiding, huwelijk of gaan samenwonen.

Artikel 12 Gebruikelijke hulp

Als mensen samen in één huis wonen, kunnen zij elkaar vaak helpen. Dat is normaal en heet “gebruikelijke hulp”. De gemeente betaalt geen hulp als iemand gebruikelijke hulp kan krijgen. Er zijn 2 situaties: 

  • kortdurend: hulp is nodig voor maximaal 3 maanden en er is kans op herstel. De gemeente verwacht dat huisgenoten alle nodige hulp geven, ook meer dan normaal
  • langdurend: hulp is nodig voor langer dan 3 maanden. De gemeente verwacht dat huisgenoten de gewone, gebruikelijke hulp geven maar let hierbij bijvoorbeeld op:
    • hoeveel hulp er nodig is
    • wat de relatie met de huisgenoten is
    • hoe lang en hoe zwaar de hulp is
    • of de hulp goed te plannen is
    • wat de leeftijd, mogelijkheden en vaardigheden van huisgenoten zijn
    • het werk van huisgenoten.

Artikel 13 Gebruikelijke hulp bij het huishouden

Als mensen samen in één huis wonen, kunnen zij elkaar vaak helpen met huishoudelijke taken. Zoals schoonmaken, de was doen en eten maken. De gemeente verwacht dit ook. Dit heet “gebruikelijke hulp bij het huishouden”. De gemeente betaalt geen hulp als iemand gebruikelijke hulp kan krijgen.

De gemeente verwacht van (oudere) kinderen dat zij meehelpen in het huishouden. Hoe ouder kinderen zijn, hoe meer ze kunnen helpen. Huisgenoten of kinderen die naar school gaan en/of werken, moeten ook meehelpen. De gemeente verwacht van iemand tussen 18 en 23 jaar dat hij een eenpersoonshuishouden kan voeren. 

Er zijn uitzonderingen mogelijk. Bijvoorbeeld als een huisgenoot meer dan 2 dagen en nachten achter elkaar niet thuis is. 

Artikel 14 Gebruikelijke hulp bij begeleiding

Als mensen samen in één huis wonen, kunnen zij elkaar vaak helpen. Dat is normaal en heet “gebruikelijke hulp”. Dat verwacht de gemeente ook bij:

  • het doen van administratie
  • bezoeken van familie en bekenden
  • afspraken met bijvoorbeeld een huisarts of tandarts
  • omgaan met mensen die u niet kent.

De gemeente betaalt geen hulp als iemand gebruikelijke hulp kan krijgen.

Hoofdstuk 4: Maatwerkvoorzieningen

Artikel 15 Vormen van ondersteuning en resultaatgebieden

De gemeente kan verschillende soorten hulp bieden, zoals begeleiding, dagbesteding, huishoudelijke hulp, logeren en beschermd wonen. 

  • Begeleiding helpt bijvoorbeeld bij zelfstandig wonen, omgaan met geld en contact met anderen.
  • Dagbesteding is meestal bedoeld om de dag nuttig te vullen. Soms helpt dagbesteding iemand om zich voor te bereiden op vrijwilligerswerk of op school.
  • Huishoudelijke hulp helpt om het huis schoon en leefbaar te houden.
  • Logeren is bedoeld om te zorgen dat het gezin of de mantelzorger tijdelijk minder zorgtaken heeft.
  • Beschermd wonen kent lichte en zware vormen. Bij een lichte vorm woont iemand zelfstandig thuis, maar kan dag en nacht bellen met de begeleiding. Als het nodig is, is de begeleiding binnen een half uur bij iemand. Bij de zwaarste vorm woont iemand bij een zorgaanbieder. Begeleiding is dag en nacht aanwezig. 

Artikel 16 Hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen

Als het nodig is, zorgt de gemeente voor hulpmiddelen in huis, vervoer in de buurt of regio en aanpassingen aan uw woning. Bijvoorbeeld een tillift, een traplift, een Wmo-taxipas of een rolstoel. 

Artikel 17 Natura

De gemeente betaalt hulp en voorzieningen meestal direct aan de zorgaanbieder, vervoerder of leverancier. Dit heet “in natura”. Het gaat om diensten zoals huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding en beschermd wonen. De gemeente koopt of huurt hulpmiddelen en zorgt voor het onderhoud hiervan. U krijgt een hulpmiddel of woningvoorziening te leen of eigendom. 

Artikel 18 Pgb ondersteuning

Kiest u voor een pgb, dan is het belangrijk dat u goed om kunt gaan met verantwoordelijkheden. Om zeker te weten dat u dit allemaal kunt, moet u opschrijven hoe u de ondersteuning gaat regelen. Dit doet u in een pgb-plan. 

U gaat zelf op zoek naar iemand die goede hulp aan u kan geven. U maakt duidelijke afspraken over bijvoorbeeld kwaliteit, tijd en loon. Dit betekent dat u ook een administratie bij moet houden. U kunt ook iemand vragen om u hierbij te helpen. 

U mag het pgb alleen gebruiken voor de hulp die de gemeente nodig vindt. U kunt dit geld niet uitgeven aan andere dingen of aan andere mensen geven.

De gemeente geeft geen pgb als er twijfels zijn over de zorgverlener, bijvoorbeeld bij fraude of strafbare feiten.

Er zijn twee soorten pgb’s: formeel en informeel. Voor beide gelden regels. Iemand die een diploma heeft om hulp te geven, geeft formele hulp. Voor formele hulp zijn er twee tarieven: hulp vanuit een instelling en hulp door een zzp’er.

Soms is het beter als een bekende u helpt. Of heeft iemand niet de goede diploma’s. Dit noemen wij informele hulp. Dan kijkt de gemeente of dit een goede oplossing is. Dit hangt ook af van de hulp die u nodig heeft. 

Een familielid (zoals ouder of grootouder) met een diploma krijgt het informele tarief voor het geven van hulp. 

Artikel 19 Tarieven pgb ondersteuning

De gemeente past elk jaar de pgb-tarieven aan op basis van landelijke richtlijnen. Er zijn verschillende pgb-tarieven: 

  • formele hulp vanuit een instelling: 90% van het tarief van zorg in natura
  • formele hulp door een zzp’er: 75% van het tarief van zorg in natura
  • informele hulp: minimumloon plus vakantiegeld. 

Als het nodig is, kan de gemeente het tarief voor informele hulp verhogen voor het betalen van werkgeverslasten. 

In de verordening staat hoe de gemeente de pgb-bedragen berekent. De bedragen zelf staan in de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2026.

Artikel 20 Pgb hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen

Heeft u een hulpmiddel nodig of een aanpassing in uw huis? Ook dan kunt u kiezen voor een pgb. In de verordening staat hoe de gemeente de hoogte van het pgb berekent. De gemeente kijkt hiervoor naar de kosten in natura (als de gemeente het hulpmiddel voor u regelt). Het pgb is nooit hoger dan dit bedrag. 

Zijn er geen vaste prijzen voor een voorziening? Dan gebruikt de gemeente de prijzen van meerdere leveranciers om het pgb te berekenen.

Artikel 21 Uitgesloten van pgb

De gemeente heeft duidelijke regels over wat wel en niet mag met een pgb. Met een pgb kunt u bijvoorbeeld geen kosten betalen voor bemiddeling, administratie of hulp bij het aanvragen van het pgb. Ook reiskosten, feestdagenuitkeringen en eenmalige vrije bestedingen worden niet vergoed. Kosten voor hulp in het buitenland zijn alleen toegestaan met toestemming van de gemeente. Een pgb mag ook niet gebruikt worden voor crisishulp of voor het aanvragen van een Verklaring omtrent Gedrag (VOG). 

Artikel 22 Financiële tegemoetkoming

De gemeente kan een vast bedrag geven, bijvoorbeeld als u onverwacht om medische redenen moet verhuizen. Dit heet een financiële tegemoetkoming. Andere voorbeelden van een financiële tegemoetkoming zijn de kosten van vervoer, tijdelijke huisvesting of onderhoud van een traplift. De bedragen staan in de verordening.

Artikel 23 Bijdrage in de kosten

Meestal betaalt u mee aan de Wmo-hulp die u ontvangt. Dit heet de bijdrage in de kosten, of eigen bijdrage. Dit geldt voor hulp in natura, een pgb en een financiële tegemoetkoming. De bijdrage is nooit hoger dan de prijs van de hulp.

Is een hulpmiddel nodig voor uw kind, dan hoeft u meestal niet mee te betalen. Bij een woningaanpassing voor een kind betalen de ouders de eigen bijdrage. 

Voor Wmo-vervoer geldt een reizigersbijdrage. Dit is vergelijkbaar met de prijs van een rit met de bus over dezelfde afstand. 

Artikel 24 Tijdelijke vrijstelling bijdrage in de kosten

Lukt het echt niet om de eigen bijdrage te betalen? Laat dit dan weten. Soms kan de gemeente besluiten dat u dit tijdelijk niet hoeft te betalen. 

Hoofdstuk 5: Tussentijds onderzoek en gevolgen

Artikel 25 Tussentijds onderzoek

De gemeente onderzoekt bij langdurige hulp regelmatig of de hulp die u krijgt nog goed bij u past. U moet aan dit onderzoek meewerken. De uitkomst van het onderzoek kan leiden tot een aanpassing van de hulp. 

Artikel 26 Verzoek tot opschorting uitbetaling pgb

Als u een pgb heeft, dan doet de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de betalingen aan de zorgverlener. Denkt de gemeente dat er iets niet klopt? Dan kan de gemeente de SVB vragen om de betalingen tijdelijk te stoppen. De gemeente doet in die tijd onderzoek. 

Artikel 27 Herziening, intrekking en beëindiging

U moet het aan de gemeente melden als er iets verandert wat belangrijk is voor uw hulp. De gemeente doet dan opnieuw onderzoek. De gemeente mag uw hulp stoppen of aanpassen als de informatie niet klopt, de hulp niet goed wordt gebruikt of niet meer nodig is. 

Als u een pgb expres verkeerd gebruikt, kan de gemeente het pgb stoppen. Ook bij herhaald misbruik of verkeerd gebruik van de voorziening kan de gemeente ingrijpen. Vaak moet u de hulp terugbetalen die u oneerlijk gekregen heeft.

Artikel 28 Wangedrag

Als u zich ernstig of meerdere keren misdraagt bij het ontvangen van hulp, kan de gemeente maatregelen nemen. Dit kan tijdelijk of blijvend zijn om anderen te beschermen. Dit geldt ook als u een hulpmiddel niet goed gebruikt. De gemeente kan uw hulp of hulpmiddel aanpassen, stopzetten of terugvorderen.

Artikel 29 Terugvordering

Heeft u expres verkeerde informatie gegeven en daardoor hulp gekregen? Dan moet u het geld van de hulp terugbetalen aan de gemeente. Dit geldt voor inwoners én voor organisaties.

Gebruikt u de hulp van de gemeente voor andere dingen? Dan moet u het geld terugbetalen aan de gemeente. 

De gemeente mag het bedrag dat u moet terugbetalen opeisen met een dwangbevel.

Hoofdstuk 6: Kwaliteit

Artikel 30 Kwaliteit

De gemeente vindt kwaliteit van de hulp belangrijk. Dit geldt ook voor hulp die inwoners regelen met een pgb. De gemeente maakt afspraken over de kwaliteit met de aanbieders die een contract hebben. 

De afspraken gaan bijvoorbeeld over veiligheid en of de aanbieder de hulp geeft die écht nodig is. De gemeente verwacht dat de aanbieder hulp geeft die goed past bij de inwoner. 

Artikel 31 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden

Het is belangrijk dat de gemeente aanbieders genoeg betaalt zodat zij hulp van goede kwaliteit kunnen geven. Het gaat om meer dan alleen loonkosten. De aanbieders moeten ook de andere kosten kunnen betalen, bijvoorbeeld: administratiekosten, reiskosten en (extra) opleidingen van personeel. 

Voor hulpmiddelen houdt de gemeente ook rekening met de marktprijs en de kosten van aanmeten, leveren en onderhoud.

Hoofdstuk 7: Toezicht en handhaving

Artikel 32 Toezicht en handhaving

De gemeente stelt toezichthouders aan. Die voeren controles uit bij zorgaanbieders. En controleren of de aanbieders goede hulp geven. 

Artikel 33 Tegengaan oneigenlijk gebruik

De hulp van de gemeente mag de inwoner alleen gebruiken waarvoor het bedoeld is. Daarom doet de gemeente regelmatig onderzoek bij inwoners en bij aanbieders. 

Artikel 34 Meldpunt kwaliteit en rechtmatigheid

Levert de aanbieder onvoldoende kwaliteit? Of gaat de aanbieder oneerlijk met mensen om? Dan kunt u dit melden bij NMD-samenwerking. Dit kan via de website www.nmdsamenwerking.nl(externe link). 

Artikel 35 Meldingsregeling calamiteiten en geweld

Krijgt u of uw hulpverlener te maken met geweld tijdens het ontvangen van de hulp? Dan doen wij onderzoek naar wat er gebeurd is. Dit geldt ook voor vervelende gebeurtenissen en noodsituaties tijdens het ontvangen van de hulp. 

Hoofdstuk 8: Klachten, medezeggenschap en inspraak

Artikel 36 Klachtregeling

Vindt u dat de gemeente niet goed omgaat met u en uw vraag om hulp? Laat dit dan aan ons weten. Wij hebben een speciale regeling over hoe wij omgaan met klachten.

Vindt u dat de aanbieder niet goed omgaat met u en uw vraag om hulp? Dan kunt u een klacht indienen bij de aanbieder.

Artikel 37 Medezeggenschap

Bij grote zorgaanbieders kunnen de mensen aan wie zij hulp geven, meepraten over voor hen belangrijke beslissingen. 

Artikel 38 Betrekken van inwoners bij het beleid

Bij het maken van regels zorgt de gemeente dat er verschillende mensen meedenken. Deze mensen zitten in een “adviesraad”.

De gemeente vraagt hen regelmatig om advies. Bij het vaststellen van nieuwe regels houdt de gemeente rekening met het advies. 

Hoofdstuk 9: Slotbepalingen

Artikel 39 Hardheidsclausule

De gemeente kan in bijzondere gevallen afwijken van de regels als die voor iemand oneerlijk uitpakken.

Artikel 40 Evaluatie

De gemeente laat ieder jaar onderzoeken of de regels goed hebben gewerkt. Inwoners kunnen vertellen of zij tevreden zijn over de hulp die ze krijgen. En of zij tevreden zijn over het contact met de gemeente. Dat heet een cliëntervaringsonderzoek. De gemeenteraad krijgt een verslag van dit onderzoek.

Artikel 41 Intrekking oude verordening en overgangsrecht

Als de gemeenteraad de nieuwe verordening goedkeurt, dan is de oude verordening niet meer geldig. Krijgt u op dit moment hulp van de gemeente, dan verandert dat alleen bij een nieuw onderzoek. Bij een nieuw onderzoek gelden de nieuwe regels. 

Artikel 42 Inwerkingtreding en citeertitel

In dit artikel staat vanaf wanneer de verordening geldig is. En hoe de verordening heet.