Bosplantsoen en snoeihout

In de winter snoeien we struiken en bosplantsoen. Bosplantsoenen bestaan uit een mix van bomen, struiken en planten. We verwijderen een deel van de bomen en struiken in het bosplantsoen. Dit noemen we dunnen. Zo krijgen de overgebleven bomen en struiken meer licht en groeiruimte. Sommige struiken worden gesnoeid om ze te verjongen. Direct na het dunnen en snoeien ziet het bosplantsoen er wat kaal uit. Dit onderhoud doen we om te zorgen voor genoeg afwisseling in bomen, planten en struiken. Hierbij wordt steeds een deel aangepakt. Zo blijven er altijd dichtbegroeide plekken over waar dieren kunnen schuilen.

Waarom blijft op sommige plekken snoeihout liggen?

In de gemeentelijke plantsoenen leven veel dieren. In het bos en in brede groenstroken laten we snoeihout en dode bomen liggen. Voor de natuur is dood hout belangrijk. Daar groeien mossen en paddenstoelen op. Vogels eten de insecten die op het dode hout leven. Daarom laten we enkele bomen liggen na het zagen of maken we takkenrillen.

Wat zijn takkenrillen?

Takkenrillen bestaan uit snoeihout, dikke takken en stammen. Deze worden opgestapeld als een smalle wal. De lengte van een takkenril kan variëren en is meestal één tot anderhalf meter hoog.

Een takkenril is een huisje voor dieren. Vogels (zoals het roodborstje), egels en kikkers gebruiken de ril om te schuilen, eten en nestelen. Een ril blijft meerdere jaren liggen. Hoe snel het hout vergaat, hangt af van de houtsoort en de dikte van de takken.