Veelgestelde vragen - Omgevingswet

Hieronder leest u de meest gestelde vragen over de Omgevingswet.

Omgevingswet

De nieuwe Omgevingswet gaat over de ruimte waarin we wonen, werken en ontspannen: de fysieke leefomgeving. Deze nieuwe wet voegt wetten samen en vereenvoudigt de regels voor veel van wat u buiten ziet, ruikt en hoort. U kunt hierdoor in één keer kennis nemen van de regels en voorschriften van de verschillende bestuurslagen (gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk). De wet geldt voor alle inwoners, organisaties en bedrijven. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Wilt u vanaf 1 januari 2024 een project starten, zoals een uitbreiding van uw woning of bedrijf? Dan hoeft u nog maar 1 vergunning (digitaal) aan te vragen bij 1 loket, het omgevingsloket. De doorlooptijd wordt korter en gaat van 26 naar 8 weken. U kunt als inwoner / ondernemer gemakkelijker zelf initiatieven starten.

Een belangrijke verbetering van de nieuwe wet is dat de fysieke leefomgeving meer in samenhang wordt gezien en benaderd. Dat betekent dat bij het vormgeven van plannen ook thema’s als energietransitie, duurzaamheid, sociale en maatschappelijke uitdagingen worden betrokken. De bedoeling is dat hiermee de kwaliteit van de leefomgeving verbetert en dat er niet alleen snellere, maar ook betere besluiten worden genomen over de invulling van de buitenruimte. Daar hebben alle inwoners en ondernemers profijt van. Ambtenaren en inwoners hebben in de toekomst via het Omgevingsloket toegang tot dezelfde informatie. Bovendien gaat het aanvragen van een (omgevings-)vergunning straks sneller.

Bij een verbouwing staat niet alles meteen op de goede plek. Dat duurt even en het kan ook wel eens fout gaan. Dit geldt ook voor de nieuwe omgevingswet. Alle losse wetten en regels vallen straks onder één nieuwe wet. Dat is nieuw. Bovendien gaan we (inwoners, ondernemers en overheid) anders met elkaar samenwerken. Dat zal in het begin wennen zijn en niet alles zal meteen goed gaan. Uiteindelijk gaan we ervan uit dat met de Omgevingswet de besluitvorming beter wordt en sneller gaat.

U krijgt met de Omgevingswet te maken als u iets wilt veranderen in uw leefomgeving vanaf 1 januari 2024. Bijvoorbeeld als u plannen heeft om:

  • uw huis te verbouwen,
  • een boom wilt kappen,
  • een sloot wilt dempen,
  • als ondernemer een loods wilt laten plaatsen naast uw bedrijfspand. U bent dan initiatiefnemer en moet uitzoeken of u een vergunning nodig heeft of een melding moet doen.

Dat uitzoeken kan in het nieuwe Omgevingsloket.

U kunt ook met de Omgevingswet te maken krijgen, als iemand anders iets wil veranderen in uw nabije leefomgeving. Bijvoorbeeld als uw buren een garage willen neerzetten of als een bedrijf in de buurt het kantoor wil vergroten. Het is goed om te weten dat we initiatiefnemers vragen om de omwonenden bij het plan te betrekken voordat zij een vergunning aanvragen.

De belangrijkste veranderingen ten opzichte van nu zijn:

  • In het nieuwe Omgevingsloket staan vanaf 1 januari 2024 alle regels van het rijk, de provincie en de gemeente bij elkaar. In het Omgevingsloket kunt u online zien of u een vergunning nodig heeft. U kunt er ook een vergunning aanvragen, een melding doen of aanvullende informatie doorgeven. 
  • De bestemmingsplannen worden per 1 januari 2024 opgenomen in een omgevingsplan voor de hele gemeente. In het omgevingsplan staat wat er op welke plek mag. Er staan ook andere regels in, bijvoorbeeld voor geluid, bodem of duurzaamheid. Het omgevingsplan is te raadplegen via het nieuwe Omgevingsloket.
  • Voor veel vergunningen geldt vanaf 1 januari dat de gemeente in 8 weken een besluit moet nemen over de aanvraag. Soms wordt deze periode verlengd met 6 weken. Wanneer uw vergunningaanvraag moeilijk is, kan er een uitgebreide procedure nodig zijn. In dat geval moet de gemeente binnen 26 weken een besluit nemen.
  • Met de komst van de Omgevingswet verwacht de overheid van de initiatiefnemer dat hij of zij met omwonenden en anderen die iets van het initiatief gaan merken in gesprek gaat. De wet noemt dit participatie. 
  • Naast de Omgevingswet gaat per 1 januari ook de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen in. Dat kan voor initiatiefnemers die gaan bouwen of verbouwen betekenen dat zij een onafhankelijke kwaliteitsborger moeten inschakelen om de bouwkwaliteit te toetsen. Tot 1 januari is dat een taak van de gemeente.

Heeft u een vergunning gekregen of ingediend vóór de invoering van de Omgevingswet? Als de gemeente u al een vergunning heeft verleend, blijft deze gewoon geldig. U hoeft niets te doen. Moet de gemeente de aanvraag nog behandelen? Dan gebeurt dat in principe volgens de huidige wetgeving. U moet dan wel zorgen dat u alle stukken op tijd inlevert. Wilt u overleggen over uw situatie en wanneer u het beste uw aanvraag kunt indienen? Neemt u dan contact met ons op via telefoonnummer 14 0592.

Omgevingsplan

Waar de gemeente Assen eerst verschillende bestemmingsplannen had, heeft de gemeente  onder de Omgevingswet alle regels binnen de eigen leefomgeving overzichtelijk in één stuk staan: het omgevingsplan . De gemeente heeft tot 2032 de tijd om dit plan helemaal in te vullen. De gemeente werkt eerst met een tijdelijk omgevingsplan. Het omvormen naar een gemeente breed omgevingsplan is veel werk. Het duurt dan ook enkele jaren voordat alles per gebied tot in de puntjes is geregeld, zoals de Omgevingswet het bedoelt.

Het doel van het omgevingsplan is om in één plan voor iedereen overzichtelijk alle relevante informatie aan te bieden met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan vormt straks het toetsingskader voor de aanvraag van een omgevingsvergunning, het doen van een melding of vergunningsvrij bouwen. In het omgevingsplan is ook ruimte om per gebied te differentiëren: in het ene gebied een heldere normstelling en in een ander gebied juist meer ruimte geven voor initiatieven vanuit de samenleving. De gemeente Assen heeft tot 2032 de tijd om de overgang van het tijdelijke omgevingsplan naar het definitieve omgevingsplan vorm te geven.

De Gemeente Assen start geen nieuwe bestemmingsplanprocedures meer op. Alleen lopende procedures worden afgerond. Daarvoor moet het ontwerpbestemmingsplan wel vóór 1 januari 2024 ter inzage zijn gelegd.

Op 1 januari 2024 is er een tijdelijk omgevingsplan voor de hele gemeente Assen. Dat tijdelijk omgevingsplan bestaat uit alle op dat moment geldende bestemmingsplannen en de zogenaamde Bruidsschat. Dit tijdelijke omgevingsplan voldoet nog niet aan de eisen van de Omgevingswet en moet vervangen worden door een nieuw omgevingsplan. De Gemeente Assen vervangt het tijdelijke omgevingsplan stapsgewijs door delen van het nieuwe omgevingsplan. Dit kunnen delen van het omgevingsplan zijn voor het mogelijk maken van een nieuwe ontwikkeling (projectgerichte delen van het omgevingsplan) of delen van het omgevingsplan voor het maken voor de bestaande omgeving (gebiedsgerichte delen van het omgevingsplan). Ook kan het omgevingsplan themagericht aangevuld worden door regels over een specifiek onderwerp. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het verwerken van huidige gemeentelijke verordeningen, die ook een plek moeten krijgen in het omgevingsplan.

Volgens de Wet is er slechts één omgevingsplan voor het hele grondgebied van de gemeente Assen. Eerst is dat het tijdelijke omgevingsplan en later het nieuwe omgevingsplan. Het nieuwe omgevingsplan kan niet in één keer worden gemaakt. Stapsgewijs wordt dit opgebouwd door steeds een deel van het omgevingsplan te wijzigen.  Alle delen samen vormen uiteindelijk één volledig omgevingsplan. De termen 'deel van het omgevingsplan’ en 'wijzigen van het omgevingsplan' worden allebei gebruikt. Ze betekenen hetzelfde.

De bruidsschat is een set rijksregels waarvan het Rijk vindt dat deze lokaal beter op zijn plek is. Deze regels krijgen we als het ware ‘cadeau’. Gemeenten krijgen met de bruidsschat de mogelijkheid om zelf een afweging te maken hoe ze deze onderwerpen willen regelen. Bij de activiteiten die onder de Omgevingswet van rijksregels naar lokale regels verhuizen, gaat het vooral om lokale vraagstukken. Denk aan geur, horeca of lozingen door huishoudens. De bruidsschat bestaat uit ca. 600 regels.

Het Rijk zorgt ervoor dat de regels van de Bruidsschat automatisch onderdeel uitmaken van het tijdelijke omgevingsplan. Gemeenten krijgen door de bruidsschat de tijd om zelf een afweging te maken hoe ze deze onderwerpen willen regelen in het nieuwe omgevingsplan. Meer informatie is te vinden op de website van IPLO.

Vanaf 1 januari vervangt de gemeente het tijdelijke omgevingsplan door een nieuw omgevingsplan. Hiervoor hebben we tot eind 2031 de tijd. Het wijzigen van het omgevingsplan gebeurt in delen. Gebied voor gebied wordt het tijdelijke omgevingsplan vervangen voor het omgevingsplan dat voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet. Dit noemen we een gebiedsgerichte wijziging van het omgevingsplan. Daarnaast gaan we voor een aantal onderwerpen regels in één keer voor de hele gemeente laten gelden. Dit noemen we een themagerichte wijziging van het omgevingsplan.
De gemeente Assen streeft ernaar om voor de bestaande omgeving de huidige mogelijkheden uit de bestemmingsplan zoveel mogelijk te behouden. Dit noemen we beleidsneutraal een omgevingsplan maken.

Nee, dat hoeft niet altijd. Een bouwplan dat niet past in het (tijdelijke) omgevingsplan kan ook worden toegestaan met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In dat geval wordt er een omgevingsvergunning verleend voor het bouwplan in afwijking van het (tijdelijk) omgevingsplan. De keuze voor een deel van het omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit hangt af van het bouwplan. Ga hierover in gesprek met uw contactpersoon bij de gemeente.

Dit doet de gemeenteraad. In sommige gevallen heeft de gemeenteraad deze bevoegdheid gegeven aan het college van burgemeester en wethouders. Dit staat in het delegatiebesluit op de website van de overheid.

Let op: het tijdelijke omgevingsplan hoeft niet te worden vastgesteld, maar ontstaat automatisch op 1 januari 2024. Dat noemen we: van rechtswege.

Eerst wordt eerst een concept omgevingsplan gemaakt. Dit concept wordt beoordeeld door bijvoorbeeld het waterschap of de provincie. Reacties worden verzameld en verwerkt in een ontwerpplan. Dit ontwerp wordt openbaar gemaakt en ter inzage gelegd. Iedereen kan reageren op het ontwerp door het indienen van een zienswijze. De gemeente bekijkt de zienswijzen en past, waar nodig, het deel van het omgevingsplan aan. Het aangepaste deel van het omgevingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Na vaststelling kan beroep worden ingesteld bij de Raad van State.

Het omgevingsplan van de gemeente Assen is te bekijken via het Omgevingsloket. Dit is een landelijke website van de overheid. Via de knop Regels op de Kaart kunt u het omgevingsplan van Assen raadplegen.

Bouwen

De huidige omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is een veel aangevraagde vergunning. De Omgevingswet gaat verandering brengen in de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, zoals wij die nu kennen onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).  Onder de Omgevingswet zijn voor de activiteit bouwen twee afzonderlijke omgevingsvergunningen nodig: een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit (1) en een omgevingsvergunning voor een Omgevingsplanactiviteit (2). Deze scheiding noemen we 'de knip'.

Nu wordt een vergunningsaanvraag getoetst aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), aan het bestemmingsplan, de bouwverordening, de eisen uit het Bouwbesluit 2012 en de welstandseisen. Als het bouwplan voldoet aan deze eisen dan wordt  de omgevingsvergunning  verleend. Onder de Omgevingswet kunt u eerst duidelijkheid krijgen of het ruimtelijk gezien wel mogelijk is om uw bouwplan te realiseren, voordat u het plan verder (technisch) uitwerkt. Dat scheelt tijd. Ook zit de ontwikkelaar als initiatiefnemer in een vroeg stadium bij betrokken partijen aan de tafel, voor de verdere uitwerking van het bouwplan.

Bij een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit wordt het bouwplan getoetst aan de regels voor de technische bouwkwaliteit. De regels voor technische bouwkwaliteit zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Deze toets is te vergelijken met de toets die in het kader van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) plaatsvindt aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012.

Op grond van de Omgevingswet is het verboden zonder omgevingsvergunning een (technische) bouwactiviteit uit te voeren. Een omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit is dus in beginsel altijd verplicht. Onder de Omgevingswet zijn er echter wel meer (technische) bouwwerken vergunningsvrij. In de huidige regelgeving is dit slechts mogelijk in een achtererfgebied en gelden er verschillende voorwaarden indien het bouwwerk op een afstand van minder of meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen. Ook vergunningsvrije bouwactiviteiten moeten voldoen aan de algemene regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), bijvoorbeeld de regels die gelden voor nieuwbouw en slopen. Bij vergunningsvrij bouwen kan het bevoegd gezag bij strijd met de technische regels repressief (tijdens en na de bouw) handhavend optreden.

Ja, de legesverordening wijzigt door de Omgevingswet. De kosten voor bouwen zijn veranderd door de knip tussen de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit. Voor elke activiteit worden kosten berekend. Aanvragen voor 1 januari 2024 ingediend vallen onder de legesverordening van 2023 en de kosten worden berekend volgens deze verordening. Aanvragen vanaf 1 januari 2024 ingediend vallen onder de legesverordening 2024 en de kosten worden volgens deze verordening berekend.

Omgevingsvergunning

Nee, dit is een wijziging ten opzichte van de Wabo. De termijnen in de Omgevingswet zijn richtlijnen (een termijn van orde) waardoor er geen vergunning van rechtswege ontstaat. Een vergunning wordt dus niet automatisch goedgekeurd als de termijn verloopt.

Dan zijn er 2 opties:

  1. Wijzig een deel van het omgevingsplan
  2. Vraag een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan. Dan wordt een omgevingsvergunning verleend voor het bouwplan ondanks de afwijking van het (tijdelijk) omgevingsplan. 

Voor welke optie gekozen wordt hangt af van het bouwplan. Dien een initiatiefplan in en kijk samen met de gemeente wat de beste aanpak voor uw plan is.

Heeft u een vergunning nodig bij een klein of groot plan, dan bespreekt u dit vooraf met gemeente Assen in een zogeheten vooroverleg. Dit kunt u dan aanvinken in het Omgevingsloket of rechtstreeks via de gemeente aanvragen. Dat kan u tijd, kosten en bezwaren schelen.
U kunt een omgevingsvergunning aanvragen via het Omgevingsloket. Dit is een landelijke website van de overheid. Via de knop Aanvragen kunt u uw aanvraag starten.
Weet u niet zeker voor welke activiteiten u een vergunning moet aanvragen? Doe dan eerst op het omgevingsloket de Vergunningcheck. Als u dit heeft gedaan, kunt u vanuit het omgevingsloket beginnen met uw aanvraag.
 

Het Omgevingsloket

In het Omgevingsloket vindt u alle informatie over de fysieke leefomgeving op 1 plek. Het Omgevingsloket is onderdeel van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het DSO ondersteunt de uitvoering van de Omgevingswet. 

Vijf onderdelen

Het Omgevingsloket bestaat uit 5 onderdelen. U kunt hier onder andere checken of u een vergunning nodig heeft of een melding moet doen. Ook kunt u zich oriënteren via regels op een kaart of een aanvraag of melding indienen. Voor de onderdelen Aanvragen en Mijn Omgevingsloket moet u eerst inloggen

Via de Vergunningcheck kunt u controleren of u de voorgestelde plannen mag uitvoeren of dat u daarvoor toestemming nodig heeft. Dit gebeurt via vragenbomen met eenvoudige vragen en antwoorden.

Via het onderdeel Aanvragen kunt u digitaal een aanvraag of melding maken en indienen. Dit gebeurt ook met vragenbomen. U kunt ook eerst een conceptverzoek indienen. Hiermee kunt u controleren of uw aanvraag compleet is en of de juiste informatie is ingevuld.

Via het onderdeel Regels op de kaart kunt u de regels van overheden zien over de fysieke leefomgeving. De regels zijn op de kaart te zien per gebied of per locatie. Burgers en bedrijven kunnen zich zo oriënteren. En overheden kunnen dit onderdeel gebruiken als ze hun beleid maken of evalueren.

Het onderdeel Maatregelen op maat helpt u om zich te houden aan regels die gelden voor een activiteit. Door de maatregelen te nemen, voldoet u aan de regels.

De maatregelen zijn opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  • een korte beschrijving van de maatregel
  • een toelichting op de maatregel
  • een link naar de juridische grondslag van de maatregel

In het nieuwe Omgevingsloket staan aanvragen en meldingen in Mijn Omgevingsloket. Daar staan ze onder 'Mijn projecten'.

In het helpcentrum in vindt u antwoorden op veel gestelde vragen over het gebruik van het Omgevingsloket.

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)

Vanaf 1 januari 2024 geldt naast de Omgevingswet ook de nieuwe Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Het doel van de Wkb is een verbetering van de bouwkwaliteit. Ook is er meer controle tijdens de bouw. Vóór u gaat (ver)bouwen moet u nagaan of uw bouwwerk onder de Wkb valt. Dat kan in het Omgevingsloket.

Een kwaliteitsborger kijkt met u mee

Valt uw bouwwerk onder de Wkb? Dan moet u een ‘kwaliteitsborger’ inschakelen. Dit is een onafhankelijke controleur. Uw aannemer of architect kan u hierbij helpen. De kwaliteitsborger kijkt met u mee: van het plan tot de oplevering. En controleert alle technische regels en kwaliteitseisen, precies op het moment dat het nodig is. Dit scheelt tijd en voorkomt fouten.

De Omgevingswet knipt de bouwvergunning op in twee delen: een ruimtelijke en een technische vergunning.

  • De ruimtelijke bouwvergunning gaat over de vraag of u op een bepaalde plek mag bouwen. Dat is vastgelegd in het gemeentelijke omgevingsplan.
  • De technische bouwvergunning gaat over de vraag of uw bouwwerk voldoet aan de technische regels en kwaliteitseisen. Eerder werd de controle uitgevoerd door de gemeente. Vanaf 1 januari 2024 is dit een taak van de kwaliteitsborger.

Vanaf 1 januari hoeft u niet langer voor alle bouwwerken een technische bouwvergunning aan te vragen. Voor bijvoorbeeld een woonhuis, fietsbrug of eenvoudig bedrijfspand voldoet een bouwmelding bij de gemeente.

Bij nieuwbouw van bouwwerken die vallen onder ‘gevolgklasse 1’ moet u vanaf 1 januari 2024 een kwaliteitsborger inschakelen. Een woonhuis, fietsbrug of eenvoudig bedrijfspand valt onder gevolgklasse 1. Na een gewenningsperiode van 6 maanden vallen ook verbouwingen onder gevolgklasse 1. Vanaf dat moment moet u ook bij verbouwingen een kwaliteitsborger inschakelen.

Initiatiefplan

U krijgt binnen 6 weken bericht.

Nee, de datum van indienen van de aanvraag omgevingsvergunning bepaalt onder welke wetgeving de aanvraag wordt getoetst.

Schade en het vergoeden daarvan

Voordat de Omgevingswet er was, kon bij het vastleggen van een idee in het bestemmingsplan al om een schadevergoeding worden gevraagd, ongeacht of dat idee werd uitgevoerd of niet.

In de Omgevingswet hebben bestemmingsplannen een nieuwe naam gekregen: zij heten nu omgevingsplannen. Omgevingsplannen kunnen globaal zijn ingevuld in plaats van tot in detail. Op deze manier is niet alles dichtgeregeld en ontstaat meer ruimte voor initiatieven van inwoners. In de nieuwe de schaderegeling wordt alléén schade vergoed voor situaties waarin een beoogde ontwikkeling ook echt wordt uitgevoerd.

De aparte regelingen voor planschade en nadeelcompensatie zijn per 1 januari 2024 ondergebracht in één nieuwe regeling in de Omgevingswet. De nieuwe regeling in de Omgevingswet maakt duidelijk wanneer en bij wie om schadevergoeding kan worden gevraagd en wie deze uiteindelijk betaalt.

Deze regeling is een aanvulling op de algemene regeling voor nadeelcompensatie in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Nadeelcompensatie gaat over de schade die de overheid rechtmatig veroorzaakt. Bijvoorbeeld langdurige wegopenbrekingen of de aanleg van een metrostation, waardoor aangrenzende woningen in waarde kunnen dalen.

Schade komt alléén voor vergoeding in aanmerking als:

  1. de schade uitgaat boven het normale maatschappelijke risico of het normale bedrijfsrisico. Dit heet de abnormale last.
  2. de schade iemand in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft. Dus de last die onevenredig zwaar drukt op een beperkte groep inwoners of bedrijven. Dit is de speciale last.

Schade oorzaken zijn bijvoorbeeld:

  • een omgevingsvergunning of het weigeren daarvan
  • een projectbesluit
  • een regel in het omgevingsplan, waterschapsverordening, omgevingsverordening of algemene maatregel van bestuur. Deze moeten rechtstreekse rechten of verplichtingen voor inwoners en bedrijven hebben.
  • een maatwerkvoorschrift

Er zijn geen andere schadeoorzaken mogelijk dan die in de Omgevingswet staan.

Directe schade is schade die het gevolg is van het aanpassen van bestaande rechten. Bijvoorbeeld het beperken van de uitbreidingsmogelijkheden van het eigen bedrijf.

Indirecte schade is schade veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. Bijvoorbeeld waardedaling van onroerend goed door de bouw van een hoge flat in de directe omgeving.

De schade moet redelijkerwijs toe te rekenen zijn aan de schadeoorzaak.

De schade moet:

  • het rechtstreekse gevolg zijn van het besluit of de maatregel. Bijvoorbeeld de bouw van een woning of aanleg van een weg
  • het gevolg zijn van de feitelijke uitvoering van de activiteit. Bijvoorbeeld een tijdelijke wegafsluiting
  • het gevolg zijn van de activiteit, die pas later zichtbaar wordt. Bijvoorbeeld schade door grondwateronttrekking kan zich jaren later openbaren

Verzoeken om nadeelcompensatie worden behandeld door:

  • het College van burgemeester en wethouders bij de gemeente
  • Gedeputeerde Staten bij de provincie
  • het Dagelijks Bestuur bij het waterschap
  • de minister die het aangaat behandelt de schadeverzoeken over een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling

Recht op nadeelcompensatie bestaat alleen als de schade bijzonder en abnormaal hoog is. Vaak wordt op de schadevergoeding door het bevoegd gezag of de rechter een korting toegepast op de schadevergoeding voor het ‘normaal maatschappelijk risico.’ Hoe hoog de aftrek moet zijn, is vooraf vaak niet duidelijk, maar is alleen duidelijk dat een aftrek wordt toegepast. Voor een belangrijke categorie van gevallen legt de Omgevingswet wettelijk vast wat de aftrek moet zijn. Als de schade bestaat uit waardedaling van een onroerende zaak zoals een woning als gevolg van een activiteit in de omgeving van de woning (indirecte schade), bedraagt de aftrek 4% van de waarde die de woning heeft. Dat is natuurlijk vervelend voor de eigenaar, maar zo is vooraf wel duidelijk welke aftrek wordt toegepast op de schadevergoeding.

Het bevoegd gezag kan (onbenutte) mogelijkheden die een omgevingsplan op een locatie biedt, wijzigen. Een omgevingsplan kan bijvoorbeeld uitbreiding van bedrijfsgebouwen toestaan. Als het bedrijf deze mogelijkheid niet gebruikt, kan deze mogelijkheid tot uitbreiding worden geschrapt.

Het bedrijf kan door deze omgevingsplanwijziging schade lijden, als het later toch wil uitbreiden. Het bedrijf heeft eerder namelijk wel de kans gehad om uit te breiden. Dan is er sprake van passieve risicoaanvaarding. Dit wordt gezien als risicovol stil zitten van een aanvrager als hij vergoeding van directe schade vraagt.

Passieve risicoaanvaarding kan worden tegengeworpen als:

  • de activiteit die vervalt 3 jaar mogelijk was
  • het bevoegd gezag minimaal een jaar ervoor bekend maakte dat de activiteit niet meer mogelijk zou worden en
  • tussen deze bekendmaking en het wijzigingsbesluit de belanghebbende geen voorbereidingen heeft getroffen om de activiteit toch te doen

Meer weten?

Wilt u meer weten over de Omgevingswet? Kijk op aandeslagmetdeomgevingswet.nl of op de website van het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO): iplo.nl.